| uit Broadcast Magazine van 15 december 2006,
door Henk van Gelder;
Wat is er eigenlijk nog over van Veronica? Een vereniging,
die zelf geen zeggenschap meer heeft over de tv- en de
radiozender onder die naam. De laatste vijf jaren waren
vooral 'de jaren van interne problemen, ruzies, traineren,
clashende ego's, geldsmijterij, strijd, vriendjespolitiek,
inschattingsfouten en wanbeleid,' schrijft Arjan Snijders
in zijn nieuwe Veronica-boek dat half januari verschijnt.
De vraag is hooguit nog hoe veel er precies over de balk
is gesmeten: 22,5 of 40 miljoen euro.
HENK VAN GELDER
Rob Out moest weg, dat stond vast. Steeds vaker banjerde
hij, beneveld door de whisky, dwars door alles heen om
dealtjes te maken waar de rest van het Veronica-bedrijf
alleen maar last van had. En als hij vroeg of er jus d'orange
in huis was, bedoelde hij wodka. Menigmaal kostte het
handenvol geld om iets of iemand af te kopen omdat Out
weer eens gouden bergen had beloofd die helemaal niet
konden worden waargemaakt. Tot hij in 1992 zijn eigen
graf groef door het bureau KPMG een onderzoek te laten
instellen naar de manier waarop Veronica was georganiseerd,
in de verwachting dat de consultants zouden adviseren
het personeelsbestand in te krimpen. In het rapport kwam
echter iets heel anders te staan: dat de directie van
zes naar drie man kon worden gereduceerd, en dat Out slecht
functioneerde.
Toen er uiteindelijk voor de onwillige Rob Out niets
anders meer opzat dan weg te wezen, ging zijn laatste
werkdag vrijwel onopgemerkt voorbij. Geen feest, geen
receptie. Aan het eind van de middag liep Joop Daalmeijer
naar de kamer van Tiede Herrema - destijds eveneens in
de Veronica-leiding - om Out toch nog even een hand te
geven. Op dat moment deponeerde Outs hond een drol op
het vloerkleed. 'Ach meneer Out, nu u toch weggaat, neemt
u dat ook even mee,' zei Herrema.
In zijn nieuwe Veronica-boek grossiert Arjan Snijders
in zulke typerende anekdotes. De stijl is wat houterig
en soms ook wat omslachtig. Sommige verwikkelingen hadden
korter kunnen worden samengevat. Maar eerlijk is eerlijk:
er staat heel veel in. Zijn relaas omvat de complete geschiedenis
van 1960 tot nu, hoewel hij aan de piratenjaren tamelijk
snel voorbij gaat - die zijn immers al in allerlei eerdere
boeken vastgelegd. Dit verhaal begint vooral op het moment
dat Veronica aan land komt. Het is geschreven, verklaart
hij, op initiatief van de vereniging Veronica: 'De vereniging
besloot ditmaal geen subjectieve mooischrijverij toe te
passen, maar een onafhankelijke mediajournalist in te
huren. De eindverantwoordelijkheid voor de inhoud van
dit boek ligt bij de auteur en niet bij Veronica.'
Het gevolg is dan ook dat Snijders zich allerminst kritiekloos
heeft opgesteld. Hij plaatst zelfs een relativerende kanttekening
bij de woorden die Rob Out op zaterdag 31 augustus 1974
sprak tijdens het laatste uur van de zeezender: 'Met het
verdwijnen van Veronica verdwijnt ook een beetje de democratie
in Nederland. Dat spijt me, voor Nederland.' Ruim dertig
jaar na dato is Snijders best bereid hem die pathetische
tekst te vergeven; het moeten moeilijke dagen voor Mr.
Veronica zijn geweest. Zijn kritiek geldt veeleer 'de
pathetische wijze waarop Veronica in de dertig jaar hierna
de slotwoorden van Out heeft gerecycled.' Elke keer als
Veronica dreigde te verdwijnen - ook als dat door eigen
schuld of machinaties werd veroorzaakt - probeerde men
de indruk te wekken dat de democratie weer eens in gevaar
was. Meestal haalde de buitenwereld dan trouwens zijn
schouders op.
In feite is het natuurlijk hoogst merkwaardig dat er
ooit een vereniging Veronica is opgericht. De zender lag
op zee en was een puur-commerciële onderneming. Geen
ondernemer, die ooit op het idee zou komen zich door een
vereniging te laten leiden. Maar toen Veronica toegang
zocht tot het omroepbestel, kon het niet anders: er moest
een vereniging komen. Al wekt Snijders in zijn boek niet
de indruk dat het bedrijf zich vaak iets van de verenigingsraad
heeft aangetrokken. De eerste voorzitter, de jurist Wout
Bordewijk, wordt hier beschreven als 'de volgzame man
die geniet van zijn positie en zelden tegengas geeft'.
Hij liet zich grotendeels sturen door de sterke mannen
Rob Out en Lex Harding. 'Feitelijk was de mogelijkheid
tot inspraak van de leden dus een wassen neus,' concludeert
de auteur. En hoewel Out en Harding zich vaak hebben drukgemaakt
over de aantrekkingskracht van de programma's, stond bij
hen vooral ook het eigen gewin hoog in het vaandel. Het
duizelt de lezer van alle stichtingen en bv's die zij
samen met hun financiële genie Peter de Jager hebben
opgericht. De vereniging stond erbij en keek ernaar, zo
lijkt het.
Rob Out komt uit deze geschiedenis naar voren als een
man wiens impulsieve gedrag voor Veronica even veel goeds
als slechts heeft betekend. Een regie-assistente die weigerde
whisky voor hem te halen, werd op staande voet ontslagen.
Een schoonmaakster die hem in zijn kantoor op heterdaad
betrapte met een secretaresse, mocht nooit het gebouw
meer in. Maar ook ging hij door roeien en ruiten om iets
op de buis te krijgen waarop hij zijn zinnen had gezet.
Onder zijn leiding leek alles te kunnen en alles te mogen.
En terwijl bij de andere omroepen de bureaucratie hoogtij
vierde, lieten Out en Harding zich in het bestuurlijk
overleg voornamelijk kennen als 'mensen die zich bekommerden
om wat ze uitzonden,' zoals Harding het formuleert. Hij
voegt eraan toe dat dat de bestuurders van de andere omroepen
'echt geen ene flikker interesseerde', maar dat lijkt
me overdreven. Hooguit valt te vermoeden dat het bij die
anderen vaker over machtsverhoudingen en competenties
ging dan over de vraag welke programma's het publiek graag
wilde horen en zien.
Eigenlijk kwam Veronica in haar periode als publieke
omroep het best tot haar recht, luidt Snijders' conclusie.
Dat klinkt paradoxaler dan het is. De programmabudgetten
kwamen in die tijd immers uit Den Haag. Nadat ze het bestel
had verlaten, moest Veronica zelf geld verdienen. Met
als gevolg dat men voortdurend concessies moest doen.
Zo goedkoop mogelijk produceren, luidde sindsdien het
motto.
Dat de aanloop naar de commerciële zender Véronique
in het teken van leugen en bedrog stond, was al goeddeels
bekend. Maar hier wordt nog gedetailleerder verteld hoe
Out en Harding een commerciële toekomst voorbereidden,
terwijl ze naar buiten toe schaamteloos volhielden dat
de omroep Veronica niets te maken had met het onder Luxemburgse
vlag opererende Véronique. En ook hoe amateuristisch
de nieuwe tv-zender op poten werd gezet. De persconferentie
was één grote maskerade, vertelt Harding:
'Alles wat we daar gezegd hebben, was gelogen! We hadden
geen juridische constructie, we hadden geen programma's,
we hadden he-le-maal niks!' Geen wonder dat Luxemburg
dat zootje ongeregeld van Veronica al na een paar maanden
loosde en de zender, met een glanzend showpakket van Joop
van den Ende, herlanceerde onder de naam RTL4.
De rest van het verhaal is nog tamelijk recent. Maar
het blijft verbazen hoe stuurloos Veronica zich de laatste
tien jaar een weg heeft gebaand in het commerciële
veld. Eerst een apart zendertje onder RTL-auspiciën,
daarna nog even op eigen benen (maar er keek niemand),
toen een tijdlang uit de lucht en tenslotte tot rust gekomen
onder het huidige SBS-beheer. Maar in de programmering
speelt het vroegere Veronica geen enkele rol meer. Evenmin
als de gelijknamige vereniging. Wat er wordt uitgezonden,
wordt bepaald door de SBS-leiding.
Hoe dicht Veronica bij een definitief echec heeft gestaan,
wordt des te duidelijker door de rampverhalen over de
in 2002 gelanceerde eigen zender. Wanbeheer en handjeklap
zijn hier de trefwoorden. Opeens bleek Veronica niet alleen
een tv-station te beheren, maar ook eigenaar te zijn van
een paar dure radiostudio's, een restaurant in Amsterdam
en een skybox in de Arena. In het begin werden alle uitzendingen
geproduceerd door een joint venture met een zekere Paul
Brinks, waarna Bert van der Veer de onmogelijke taak op
zich nam om er toch nog iets van te maken. Tevergeefs
dus. Volgens de ene bron is er in één jaar
40 miljoen euro doorheen gejaagd. Een ander houdt het
op 22,5 miljoen. Alleen al de gouden handdrukken spreken
boekdelen: 8,5 miljoen voor Paul Brinks, 7 ton voor een
onbekende directeur, 450.000 euro voor Bert van der Veer,
430.000 euro voor Willem van der Meer de Walcheren, 300.000
euro voor communicatiechef Hans van der Veen - en ga zo
maar door. Bij de ruif ontstond zo te zien een hevig gedrang.
Dat men daarna toch nog onderdak wist te vinden bij SBS,
was voornamelijk te danken aan het winstgevende programmablad.
Toenmalig SBS-directeur Fons van Westerloo draait er in
dit boek niet omheen: aantrekkelijke programmamakers,
programmaformules of programma-ideeën had Veronica
niet meer te bieden. De omroep was een lege huls geworden.
Een naam, meer niet. Alleen het blad was een attractieve
buit.
Herhaaldelijk heeft men zich in de loop der jaren verkeken
op de marktwaarde van de merknaam Veronica. 'Het onverwoestbare
geloof in de eigen merknaam deed de omroep begin deze
eeuw bijna de eigen das om,' schrijft Snijders in zijn
inleiding. De naam Veronica heeft nu eenmaal steeds minder
te betekenen. Val jongere generaties niet meer lastig
met stoere verhalen uit de piratentijd - die zeggen hen
niets. Wie een florerende jongerenzender wilde exploiteren,
kon dat net zo goed doen onder een betekenisloze naam
als Yorin en V8. En wie nu nog zoekt naar een vrijgevochten
soort Veronica-gevoel, vindt dat eerder bij BNN dan bij
de organisatorische overblijfselen van het originele Veronica.
In het tv-loze tijdperk, in 2003, blijkt de vereniging
zelfs nog toenadering tot BNN te hebben gezocht. Maar
dat liep op niets uit, omdat BNN niet kon garanderen dat
de naam Veronica blijvend zou worden gebruikt.
Terug
naar overzicht publicaties 'Herinnert u zich deze
nog?'
|