| Gepubliceerd 25 mei 2003
De dag dat u dit blad onder ogen krijgt is tevens de
dag waarop de herindeling van de Nederlandse ether bekend
gemaakt wordt. Op deze vrijdag 23 mei doet de adviescommissie
van OCenW uitspraak over hoe zij de 9 landelijke FM-kavels,
de 12 middengolfzenders en de 26 niet-landelijke FM pakketten
wil verdelen tussen de aanvragers. Op de vrije kavels
na geldt dat de geclausuleerde pakketten de diversiteit
in de ether zouden moeten bevorderen. De commissie moet
dus letten op het onderscheidende vermogen van de ingediende
aanvragen. Maar welke keuzes er ook gemaakt worden, deze
herinrichting van de radiobanden zal niet tot meer diversiteit
leiden. Dat is in het verleden bij diverse verdeelmethodes
al gebleken en wordt nu door het biedingproces voor de
geclausuleerde pakketten nog veel moeilijker gemaakt.
Het Nederlandse radioklimaat is geprofessionaliseerd,
maar de gevolgen hebben de diversiteit in de ether geen
goed gedaan. Commerciële partijen benadrukken dat
er met meer zenders in de ether meer keuzevrijheid is
gekomen, het tegendeel is waar. De stations zijn steeds
meer naar elkaar toe gekropen en vissen in dezelfde vijver.
Op zich geen probleem, bij teveel gelijkklinkende zenders
kiest het publiek toch voor de sterksten en zullen de
zwakkeren zich herpositioneren. De praktijk leert echter
dat het totaalaanbod in de ether een eenvormige brij aan
formatzenders oplevert, waarbij de verschillen in de nuances
zitten. Makkelijke hits voor jonge boodschappers is het
devies. Nog geen probleem, als de overheid de publieke
omroep tot een sterker onderscheidend profiel weet te
bewegen. Ware het niet dat die publieke omroep een taakstelling
heeft waarmee iedereen, woonachtig in ons landje, bediend
en geplezierd moet worden. Resulterend in een grote algemene
deler op Radio 2 en 3FM, waarbij exclusievere liefhebberijen
beslist eerder uitzonderingen dan regel zijn. Zoekers
naar progressieve pop- of dansmuziek of fans van het nationaal
product hebben weinig aan de publieke radio.
Nu er een commerciële zender voor nationaal product
moet komen, alsmede een zender met niet-hitparade georiënteerde
deuntjes (ID&T Radio of toch Colorful Radio?), lijkt
dat gat gedicht te worden. Maar deze zenders zullen het
bijzonder moeilijk krijgen hier een droge boterham aan
te verdienen. De kans dat deze initiatieven stranden of
snel sterk worden uitgekleed is bepaald niet ondenkbaar.
Het niet meebieden van Kink FM op dit kavel is mede ingegeven
doordat een bureau heeft berekend dat in die acht jaar
met een FM-frequentie het voor Kink uitgesloten was dat
de investeringen terugverdiend konden worden.
Ook het volkse repertoire heeft het traditiegetrouw moeilijk
op de Nederlandse radio. Als de publieke omroep in de
jaren negentig, onder druk van de sterk opkomende commerciële
zenders, 3FM en Radio 2 gaan horizontaliseren en er een
strenger format invoert, passen de makkelijke plaatjes
in de eigen moerstaal niet meer in het profiel van beide
zenders. De drie commerciële initiatieven die de
afgelopen tien jaar hebben geprobeerd deze doelgroep voor
zich te winnen, zijn allen jammerlijk mislukt. Bij Holland
FM lag dit ook aan de middengolffrequentie en FM-concurrentie
van Radio Noordzee Nationaal (RNN). Maar RNN haalde weliswaar
hoge marktaandelen van rond de tien procent, toch gooide
ze het roer om richting een jonger en vrouwelijker profiel.
De relatief oude en ook al niet hooggeschoolde doelgroep
bleek bij adverteerders bepaald niet in zwang. Noordzee
FM voor boodschappers met een twee keer zo laag marktaandeel
haalt een veelvoud aan reclame inkomsten op dan RNN deed
met ruim twee keer zo veel luisteraars. Bij een kabelzender
van RNN, Radio Hollands Glorie voor het volkser repertoire,
werd ook snel het licht uitgedaan. Hoe Radio Nationaal
van Ruud Hendriks, het huidige initiatief voor het kavel
met Neerlands product, denkt dat probleem te omzeilen,
is niet duidelijk. Deze zender wist op de middengolf ook
snel een groot publiek op te bouwen, maar adverteerders
waren weer niet onder de indruk.
De overheid kan niet verwachten dat commerciële
aanvullingen op de publieke popzenders rendabel te maken
zijn als het doelgroepen betreft, zoals jonge liefhebbers
van dansmuziek (ID&T), R&B en andere zwarte muziek
(Colorful) of alternatieve klanken (Kink). Op de FM zal
hier veel water bij de wijn moeten, waardoor liefhebbers
zich wederom af zullen wenden van deze zenders. Het soort
liefhebbers dat de afgelopen tien jaar geleerd heeft dat
de radio als medium om nieuwe plaatjes te leren kennen
toch geen rol meer speelt. Als op 3FM zelfs een VPRO in
een gedwongen keurslijf vijf late avonden (22.00-01.00
uur) horizontaal breed moet programmeren, biedt ook de
publieke omroep geen soelaas meer voor muziekfans.
Daarom bedacht de VPRO vijf jaar terug 3voor12, een internetradiostation.
Omdat dit het enige distributiekanaal bleek waarop zij
nog haar muzikale verhaal kon vertellen. 3voor12 vierde
twee weken terug haar vijf jarig bestaan, waarmee bewezen
is dat er behoefte bestaat bij popliefhebbers om meer,
dieper, anders te horen dan te doen gebruikelijk op al
die algemene zenders. Haperende streams en bufferproblemen
worden voor lief genomen in de honger naar andere klanken.
Wel triest dat deze klanken, voor de formatcultuur haar
intrede deed, gewoon uit de ether te vissen waren en nu
verbannen zijn naar deze omwegen. Maar ook mooi dat een
publieke omroep deze moeite doet en financiële offers
brengt. Als de overheid echt diversiteit in de ether wil,
moet ze publieke themazenders in de eerder geschetste
genres mogelijk maken. Maar een Radio 6, 7 en 8 in de
ether is onder de huidige krachtverdelingen in radioland
uitgesloten. Verwacht echter niet dat met de herverdeling
van de ether de diversiteit werkelijk zal toenemen. Nederland
krijgt de radiozenders die het verdient.
(c) Arjan Snijders
Terug
naar overzicht artikelen
|